Is dit nu alles?

Een gemiddelde dag in het jaar tweeduizend-en-vijftien.
Rond half negen mijn bed uit, douchen, ontbijten, hond uit laten.
Elke dag hetzelfde ritueel. Is dit nu alles?
De ochtend vordert. Werken, het huishouden, boodschappen doen, afspraken nakomen en sociale contacten onderhouden. Het middaguur nadert. Is dit nu alles? De hond moet weer uit, nog wat werken of wat lezen, nog meer afspraken. Is dit nu alles? Het eten moet gekookt. Samen eten, de tafel wordt afgeruimd. Is dit nu alles?
Nog even achter mijn computer, een kop thee, kletsen met mijn lief, wat tv kijken, weer de hond uitlaten en naar bed. Voor je het weet is de dag voorbij. Is dit nu alles?

Een gemiddelde dag in het jaar tweeduizend-en-vier.
Zeven uur ’s ochtends. Mijn lief gaat naar zijn werk. Nog even tijd om op de wc te worden getild en daarna terug in bed. Is dit nu alles? Half acht, de eerste gezinsverzorgster komt. Ontbijten in bed. Dochterlief wordt naar school gebracht en ik ga slapen. Is dit nu alles?
Elf uur. De verpleging komt. Ik word gewassen, kan uit bed en word in mijn rolstoel aan tafel geparkeerd. De verpleging gaat weg en ik blijf waar ik ben tot twaalf uur. Is dit nu alles? Gezinsverzorgster nummer drie arriveert en haalt onze kanjer uit school, we eten een boterham en ik word weer naar bed gebracht. Ik slaap, tot een uur of vier, vijf, zes. Ligt eraan of ik een goede dag heb ja of nee. Is dit nu alles? Zes uur, de gezinszorg helpt me uit bed en gaat naar huis als manlief thuiskomt. Het eten heeft ze zover klaar. Na het eten ben ik uitgeput. Tijd om te gaan slapen, manlief brengt me naar bed. Weer een dag voorbij. Zo glijden de jaren door. Dit was alles.

8 september tweeduizend-en-vijftien. Ik ruim mijn studio op en poets wat laatste hondenpoten weg. Even sta ik stil bij toen, bij die strijd waar geen einde aan leek te komen. Ik schud het van me af en ga verder met vandaag. Voor mij is iets meer dan genoeg.